Spoorzone DOK13

de geschiedenis herschreven....

Het moet rond het jaartal 1800 zijn geweest dat de Tilburger Ferdinand van der Zande per toeval stuitte op de verborgen loop van een ondergrondse rivier... Tijdens het uitdreggen van een blauwsloot in De Reid werden hij en zijn paard plots verrast door een metershoge vloedgolf, welke, zo bleek later, de eerste overdruk aangaf van de ‘Breeje Ley’, een gecompliceerde onderaardse aantakking van de Korvelseloop op de Oude Ley... Uit schaamte voor zijn natte en met modder besmeurde kiel hield Ferdinand de bijzondere ontdekking lange tijd voor zich. Ook zijn vrouw, waarmee hij een enigszins stroeve relatie onderhield, werd niet geïnformeerd... Hij had haar zijn bevuilde kleding gegeven, en vertelde haar daarbij dat hij ‘meej d’n kreugel ut waor gegleeje..’
De geomorfologie stond in die tijd nog in de kinderschoenen, en zeker was in elk geval dat Ferdinand, als eenvoudige loonwerker, in eerste instantie geen flauw benul had van wat hij toevallig had aangetroffen tijdens zijn werkzaamheden, laat staan van de economische potentie van zijn ‘vondst’. Totdat hij per toeval bladerde in ‘Den Vierden Toren’, een voorloper van De Katholieke Illustratie, en daarin een korte verhandeling las over boten, rivieren en gemalen.... Ineens stond het voor Ferdinand vast: hij had goud in handen!
Ferdinand hees zich in zijn zondagse pak, en toog op een doordeweekse dag in het diepste geheim naar ‘Het Stoomgenootschap’ in Rotterdam. Wat zich daar heeft afgespeeld zal altijd een groot vraagteken blijven, maar vast staat dat Ferdinand vanaf die dag als gefortuneerd man door het leven ging.... In de grote steden boven de rivieren was hij een graag geziene (want vrijgevige) gast in diverse uitspanningen. In Tilburg is Ferdinand nooit meer weergekeerd.... Zijn vrouw en 5 kinderen hebben nooit in zijn weelde mogen delen. Op zijn sterfbed in 1832 prevelde Ferdinand tegen zijn Amsterdamse vriendin nog de woorden “As ge wè dieper kèkt, dan kunde ut vèènde...”, maar zij begreep als rechtgeaarde Mokumse geen snars van wat hij zei. Achteraf weten wij dat hij daarmee uiteraard doelde op wat zich vanaf 1810 in het diepste geheim ondergronds ontwikkelde in Tilburg, namenlijk de opbouw en het floreren van de ETDF, den ‘Eersten Tilburgsche Duikboten Fabriek’, gelegen op de exacte locatie waar zich een ruime eeuw later Van Gend & Loos zou gaan vestigen.
Het is zeer merkwaardig dat de ondergrondse productie van duikboten in Tilburg zo lang verborgen is gebleven voor de buitenwereld. Temeer gelet op het gegeven dat in de hoogtijdagen van de onderneming ruim 4200 mensen hier in dienst waren! Kennelijk werd hen van hogerhand het zwijgen opgelegd op straffe van ontslag of anderszins. Het moet in elk geval in het Tilburgse straatbeeld een merkwaardig gezicht zijn geweest: de gang van grote stromen -stilzwijgende- arbeiders van en naar de enorme ondergrondse dokken op het thans braakliggende, voormalige Van Gend & Loos terrein.... In de huidige structuur van Tilburg is de Hart van Brabantlaan een herkenbaar overblijfsel van de route welke de arbeiders al schuifelend jarenlang hebben ingesleten in de Tilburgse zandgronden, evenals de huidige Ringbaan West. Deze laatste werd later door ir. Rückert van Publieke Werken geadopteerd, en als route dankbaar gebruikt voor de aanleg van de periferie rondom de binnenstad.
Hoe dan ook; de ETDF produceerde een ongekend groot aantal onderzeeërs, niet in de laatste plaats als gevolg van een betrekkelijk nieuwe fenomeen, de ‘pleziervaart’. In grote getalen liepen duikboten van stapel voor een toeristische oversteek naar America of de Verre Oost. Eenmaal gebouwd in de dokken van de ETDF namen de gebruiksklare duikboten een verborgen route via de ondergrondse Breeje Ley, welke uitmondt in de Piushaven. Van daaruit vervolgden de onderzeeërs via diverse kleine waterwegen alsook de Donge en de Amer in het diepste geheim hun weg richting eindbestemming Rotterdam, van waaruit het ruime sop werd gekozen. De aanleg van het Wilhelminakanaal, een aanvankelijk initiatief van koning Lodewijk Napoleon in 1809 ten behoeve van de ETDF, kwam door diens troonsafstand een jaar later en door allerlei ambtelijke strubbelingen veel te laat op gang. Het kanaal werd pas omstreeks 1920 voltooid en is voor zover bekend nooit door een onderzeeër van de ETDF doorkruist.
Nimmer is een van de duikboten van de ETDF vanaf de wal waargenomen... Wonderbaarlijk, mede gelet op de enorme afmetingen van sommige modellen; de grootste levering vanuit de Tilburgse dokken schijnt een lengte te hebben gehad van 87 meter en 20 centimeter! Ook de Breeje Ley is als ondergrondse rivier altijd aan de waarneming onttrokken gebleven, en het verhaal gaat dat 43 ongelukkige ETDF-dokwerkers door onachtzaamheid in de werkplaatsen verzwolgen zijn door het woeste water, hetzelfde water waarvan Ferdinand van der Zande enkele decennia daarvoor de eerste stille getuige was...
Tijdens recente grondwerkzaamheden in de huidige ‘Spoorzone’ werd tot grote verbazing van de ingenieurs geconstateerd dat er zich ‘iets’ diep onder de oppervlakte moest bevinden... Toen de Van Gend & Loos locatie in 2013 bouwrijp gemaakt werd is dit vermoeden bevestigd; de peilbuizen welke werden geslagen voor geotechnisch onderzoek stuitten op metersdikke bakstenen en stalen constructies. Het geheim van de ETDF en de Breeje Ley kwam hiermee spreekwoordelijk aan de oppervlakte...
Ondanks het feit dat zowel het bestaan als het functioneren van de onderzeeërfabriek altijd met grote geheimzinnigheid, geheimhouding en raadselen omhuld is gebleven, mag inmiddels wel worden geconcludeerd dat deze industrie een ongelooflijke impuls heeft gegeven aan de verdere ontwikkeling van handel en bedrijvigheid in Tilburg. Immers, ten behoeve van de stoffering van de interieurs van de duikboten ontstond in Tilburg een zeer welvarende textielindustrie. In de eindeloze reeks ateliers werden tevens stoffen geweven voor bedden- en linnengoed, alsook voor de uniformen van (duikboot)bemanningen. Ook werd een hoogwaardige ‘Werkplaats der Stroomtechniek’ opgericht (de latere Volt-fabrieken) ten behoeve van diverse elektrotechnische voorzieningen binnen de onderzeeërs. Een van oorsprong korte railverbinding per stoomtram met het bovengronds gesitueerde periscoop-atelier (later omgevormd tot de NS-werkplaats), werd rond 1860 benut voor de uitbreiding van het spoorwegnet richting Breda. Zo heeft de ETDF bijgedragen aan de ontsluiting van Tilburg als stad, en is een eerste aanzet gegeven tot Tilburg als logistiek knooppunt.
De ETDF vond haar treurige Waterloo doordat Koning Willem II besloot in zijn geliefde Tilburg te komen wonen. De monarch was als een van de weinigen op de hoogte van het bestaan van de welvarende duikboten-industrie, en had een grote fascinatie voor stoomtechnologie. Echter, koning Willem II had een paradoxale last van watervrees, en toen hij tijdens een bezoek aan de ondergrondse dokken dreigde te worden verzwolgen door de Breeje Ley, sprak hij tot zijn gemalin Anna Paulowna de cryptische woorden: “Een rivier van deze omvang, ònder de rivieren..., dat krijg ik bóven de rivieren nooit verkocht...”. Hiermee was het lot van de ETDF bezegeld, en gingen in 1850, exact een jaar na zijn dood, de deuren van de duikbotenfabriek in het slot. Sindsdien heeft niemand zich daar nog ondergronds gewaagd...
Had Ferdinand van der Zande in 1800 niet toevallig de betreffende blauwsloot uitgebaggerd, dan had de geschiedschrijving van Tilburg er heel anders uitgezien. Van deze blauwsloot is natuurlijk geen spoor meer te bekennen. Wel kan op locatie -onder begeleiding- een glimp worden opgevangen van de oude hoofdentree van de ETDF, en kan ondergronds -na enige adaptatie aan schemerte en luchtvochtigheid- van bovenaf een snelle blik worden geworpen in het immense DOK 13, het meest centraal gelegen dok van de ETDF van waaruit de allergrootste onderzeeërs werden uitgeleverd. Een daadwerkelijke toegang tot DOK13 is echter niet mogelijk: de toegang is vergrendeld en middels het Koninklijke Zegel van Willem II afgeschermd.... Het is tot op de dag van vandaag volstrekt onduidelijk wat de redenen zijn voor deze geheimzinnigheid. De Rijksvoorlichtingsdienst is hierbij ‘niet beschikbaar voor commentaar’, maar het gerucht gaat dat er in de ondergrondse dokken nog steeds verborgen constructie activiteiten plaats vinden....: op gezette tijden worden immers de zo kenmerkende geluiden van metaalbewerking waargenomen. Tevens is in de verte de woeste stroming van de Breeje Ley nog duidelijk hoorbaar........!

« Ga terug naar het overzicht